MERIDIAN
Account laden…

SYSTEMISCHE FEMICIDE · HOOFDSTUK 2 VAN 4

Wanneer een relatie een systeem van controle wordt

Niet de intensiteit van één ruzie, maar de ruimte die iemand nog overhoudt.

Dwingende controle gaat over een patroon dat vrijheid beperkt. Over afhankelijkheid, risico rond een breuk en het verschil tussen signalen en voorspellingen.

Gepubliceerd

Vrijheid als uitgangspunt

In het eerste hoofdstuk maakten we onderscheid tussen de omvang van dodelijk geweld en de processen die eraan vooraf kunnen gaan. Hier staat één proces centraal: het beperken van de vrijheid van een partner. De vraag is niet alleen of twee mensen botsen, maar ook of beiden nog zonder angst kunnen kiezen, contacten onderhouden en grenzen stellen.

Niet iedere moeilijke relatie is dwingende controle. En niet ieder patroon van controle eindigt in een doding. Juist daarom moeten de afzonderlijke signalen in hun samenhang worden onderzocht, in plaats van elk conflict hetzelfde etiket te geven.

Een patroon, geen verzameling losse berichten

De landelijke campagne Waar ben je?, gelanceerd in september 2025, vestigt aandacht op controlerend gedrag, bedreiging, manipulatie en het isoleren van een partner. Zulke gedragingen hoeven afzonderlijk niet meteen het volledige gevaar te laten zien. De relevante vraag is welke functie ze binnen de relatie krijgen: contact onderhouden of bereikbaarheid afdwingen, bezorgdheid uiten of bewegingsruimte beperken.

Als analytisch onderscheid gebruiken we hier niet hoe vaak iemand een bericht stuurt, maar wat weigeren betekent. Kan de ander ongestraft niet antwoorden? Kan zij zelf bepalen wie ze ziet? Wordt een grens gerespecteerd of gevolgd door straf, vernedering of dreiging? Dit zijn vragen om een patroon te onderzoeken, geen zelfstandige diagnose op afstand.

Afhankelijkheid is niet hetzelfde als instemming

De Wereldgezondheidsorganisatie beschrijft geweld tegen vrouwen als een probleem met samenwerkende factoren op individueel, relationeel, gemeenschaps- en maatschappelijk niveau. Zij noemt onder meer controlerend gedrag, ongelijke macht en schadelijke gendernormen. Geweld kan ook sociale isolatie, arbeidsuitval en inkomensverlies veroorzaken.

Daaruit volgt een belangrijke analytische mogelijkheid: afhankelijkheid kan niet alleen een omstandigheid vóór het geweld zijn, maar ook door dat geweld worden versterkt. Wanneer een handelingsmogelijkheid steeds duurder of gevaarlijker wordt, zegt het niet gebruiken ervan weinig over vrije instemming. Dat is geen verklaring voor iedere relatie. Het is wel een reden om niet uitsluitend naar de keuzes van het slachtoffer te kijken, maar naar de voorwaarden waaronder zij die keuzes moet maken.

Wat Nederlands onderzoek toevoegt

Het Verwey-Jonker Instituut onderzocht in 2024 patronen van dwang en controle bij volwassenen die bekend waren bij Veilig Thuis. De eerste meting omvatte 873 vrouwen en 394 mannen. Binnen die onderzochte groep rapporteerden vrouwen vaker een patroon van dwang en controle. De vrouwelijke slachtoffers binnen dat patroon rapporteerden bovendien meer en ernstiger geweld en meer psychische klachten dan de vrouwelijke slachtoffers buiten het patroon.

Dit is geen representatieve steekproef van alle Nederlandse relaties en geen onderzoek dat een individueel risico op femicide kan uitrekenen. De betekenis is specifieker: ook binnen een groep waar huiselijk geweld al bekend is, kan het onderscheid tussen patronen relevant zijn. Alleen incidenten tellen vertelt niet genoeg over ernst, vrijheid en gevolgen.

Waarom een breuk geen eenvoudig veiligheidsadvies is

Een Amerikaanse studie van Campbell en collega’s uit 2003 vergeleek 220 slachtoffers van partnerfemicide, via informatie van naasten, met 343 vrouwen die partnergeweld hadden meegemaakt en niet waren gedood. Het onderzoek in elf steden vond onder meer een samenhang tussen een verhoogd risico en het uit elkaar gaan, vooral bij een sterk controlerende partner. Ook eerdere wapendreiging en toegang van de pleger tot een vuurwapen waren relevante factoren.

Dat zijn associaties uit een oudere Amerikaanse studie, geen bewijs dat een relatiebreuk een doding veroorzaakt en geen Nederlandse risicocalculator. De verantwoordelijkheid ligt bij degene die geweld gebruikt. De praktische les is niet dat iemand moet blijven, maar dat simpelweg vertrekken geen volledig veiligheidsplan is.

Controle moet zichtbaar blijven als de relatie stopt

Onze gevolgtrekking is dat bescherming niet uitsluitend om de formele relatiestatus moet worden georganiseerd. Een relatie kan beëindigd zijn terwijl toegang, bedreiging of afhankelijkheid nog onderzocht moeten worden. Het label ex-partner beantwoordt niet vanzelf de vraag wat de pleger nog kan afdwingen.

Een veiligheidsbenadering moet daarom beide vragen blijven stellen: welke beperkingen ervaart het slachtoffer, en welke mogelijkheden heeft de pleger om die beperkingen voort te zetten? Daarmee verschuift de aandacht van de vermeende onlogica van haar gedrag naar de feitelijke ruimte die zij heeft. In het volgende hoofdstuk bekijken we waarom die samenhang ook tussen organisaties verloren kan gaan. Advies en hulproutes staan in hoofdstuk vier.

Bronnen en afbakening

Gebruikte bronnen: Rijksoverheid: campagne Waar ben je?, 2025; WHO: Violence against women; Verwey-Jonker Instituut: Patroon van dwang en controle is genderspecifiek, 2024; Campbell e.a.: Risk factors for femicide in abusive relationships, 2003.

De mechanismen in dit hoofdstuk zijn geen checklist waarmee een lezer zelf kan vaststellen of iemand zal doden. De verbindende interpretatie is redactionele analyse; de onderzoeken verschillen in land, periode, populatie en methode.